Appointment setters beloven een volle agenda. En vaak leveren ze die ook. Alleen: een volle agenda is geen omzet. Sterker nog, slechte afspraken kosten je geld. Je duurste mensen rijden het land door voor gesprekken die nooit hadden moeten plaatsvinden. Waarom gaat het zo vaak mis? Acht redenen.
1. Ze kennen de propositie niet
Het voortraject is te dun. Een intake van een uur, een one-pager, en bellen maar. De setter kan vertellen wát je doet, maar niet waaróm dat voor deze specifieke prospect relevant is. Zodra de prospect één inhoudelijke vraag stelt, valt het gesprek stil. En dat hoort de prospect.
2. Er wordt niet geoefend op bezwaren per DMU-lid
Een financieel directeur werpt iets anders op dan een operationeel manager. De een wil weten wat het kost, de ander wat het oplost. Setters trainen zelden op die verschillen. Ze hebben één antwoord op “geen interesse” en dat was het. Wie de bezwaren per rol niet kent, komt niet door het eerste weerwoord heen.
3. Ze sturen op de afspraak, niet op de dialoog
Het doel is de afspraak. Dus wordt elk signaal van de prospect omgebogen richting agenda. “Interessant dat u dat zegt, zal ik dinsdag of donderdag inplannen?” De prospect voelt dat hij ergens ingeduwd wordt. Een goede eerste conversatie bouwt aan een dialoog. De afspraak is daar het gevolg van, niet het doel.
4. Eén kanaal: bellen
Koud bellen als enige instrument. Geen voorbereidende connectie op LinkedIn, geen relevante mail vooraf, geen opvolging via een ander kanaal. De prospect hoort een onbekende naam, van een onbekend bedrijf, zonder enige context. Dat maakt de drempel onnodig hoog.
5. Je hoort het script
Iedereen die weleens gebeld wordt, herkent het binnen tien seconden: het riedeltje. Zelfde opbouw, zelfde bruggetjes, zelfde geveinsde interesse. Een script als houvast is prima. Een script als vervanging van luisteren is dodelijk. De prospect voelt zich nummer 46 van vandaag.
6. De overdracht is een kladje
De afspraak staat, maar wat krijgt de accountmanager mee? Een naam en een tijdstip. Niet: wat voor type contactpersoon dit is, welke haakjes er in het gesprek zaten, welk bezwaar werd genoemd, wat de aanleiding was om ja te zeggen. De accountmanager begint dus weer bij nul. En de prospect merkt dat hij zijn verhaal opnieuw mag doen.
7. De prikkel staat verkeerd
Setters worden vaak betaald per afspraak. Dan krijg je waar je voor betaalt: afspraken. Niet: gekwalificeerde afspraken. Elke twijfelende prospect wordt de agenda in gepraat. Het resultaat zie je terug in no-shows en gesprekken die na tien minuten klaar zijn.
8. Er is geen feedbackloop
Sales weet welke afspraken waardeloos waren, maar die informatie komt nooit terug bij de setter. Dus maakt die volgende week dezelfde fouten. Zonder wekelijkse terugkoppeling -welke afspraken liepen door, welke niet, en waarom- leert niemand iets.
Conclusie
Al deze punten komen op hetzelfde neer: de afspraak is het doel geworden in plaats van het middel. Maar er is een manier om het verschil te zien tussen een goede en een slechte setter, nog vóór het eerste telefoontje.
Een goede setter eist input. Die neemt geen genoegen met een one-pager, maar wil je propositie doorgronden, je klanten spreken, weten welke bezwaren er per DMU-rol leven. Die vraagt om een warme overdracht in twee richtingen en een wekelijkse terugkoppeling over wat de afspraken opleverden. Kortom: die verwacht behandeld te worden als een collega, niet als een leverancier van agenda-items.
Krijg je een setter die zonder vragen aan de slag gaat? Dan weet je genoeg. Wie geen input eist, gaat draaien op een script. En dat hoort je prospect binnen tien seconden.
Kies dus niet op prijs per afspraak. Kies op de vragen die de setter jóu stelt.